De Montagne Noir

 

De verschillende gezichten van de Montagne Noir

montagne-noir Minder bekend, maar niet minder boeiend is de lage bergketen aan de noordkant van de heuvelige vlakte, de 'Montagne Noire' ofwel de Zwarte bergen. Met zijn uitgestrekte bossen en koel microklimaat bij uitstek in de warme zomers het toevluchtsoord voor de fransen. Montagne Noire is een kleine, middelhoge bergketen (circa 35 kilometer van oost naar west en 25 kilometer van noord naar zuid), globaal tussen Carcassonne en Mazamet. Hoogste punt is de Pic de Nore met 1214 meter. Geologisch gezien is de Montagne Noire de meest zuidwestelijke uitloper van het Centraal Massief; in het noordoosten gaat het over in de Monts de l'Espinouse. Met de Monts de Lacaune verder naar het noorden vormen deze het Parc Régional du Haut -Languedoc.

montagne-noir Het gebergte markeert de scheidslijn tussen het Atlantisch klimaattype (zeeklimaat) en het Mediterraan klimaattype. Van west naar oost en van noord naar zuid laat de Montagne Noire dan ook twee volledig andere gezichten zien: op de noordhellingen vind je dichte naaldboombossen, op de zuidhellingen tamme kastanjebossen en het zogenaamde kreupelbos, de bossige begroeiing van kermeseik, lavendel en tijm. Door de overgang tussen beide klimaatsoorten is er een zeer rijk planten- en dierenleven.

 

Terug